Fascinerende dieren met een eigen karakter

Slimme slakken!

 

Een aantal jaren hield ik slakken, namelijk segrijnslakken (Cornu aspersum) en tuinslakken (Cepaea nemoralis), als huisdier in een met aarde en plantjes ingericht terrarium.Toen ik daar mee stopte bleef ik hun doen en laten volgen op mijn balkon. Slakken zijn buitengewoon boeiende dieren, en ik ben veel over hun gedrag te weten gekomen, gewoon door goed te kijken.

Wat me het meest trof, is dat geen slak hetzelfde is, ze hebben allemaal individuele, persoonlijke eigenschappen. Vooral in het terrarium kon ik ze, door de beperkte ruimte, goed uit elkaar houden.

Twee kenmerken vielen mij op: er zijn ondernemende en niet-ondernemende dieren, en er zijn slakken die elkaar wèl of juist niet mogen. Uiteraard moet ik onderscheid maken tussen de verschillende soorten. Segrijnslakken zijn in het algemeen ondernemender (en vraatzuchtiger!) dan tuinslakken.

1. slakken

Voor een slak is mijn balkon een uitdagend gebied met steile hellingen en diepe kloven….

Ondernemende dieren
In mijn bak viel me vooral de relatief grotere activiteit van de segrijnslakken op. Van mijn vier exemplaren was er één duidelijk het meest actief: hij at altijd als eerste en bewoog zich sneller en vaker door het terrarium. Hij kon zich ook het beste verstoppen, en dat is voor een slak een zaak van levensbelang. Deze vier waren van ongeveer dezelfde leeftijd, want ook leeftijd heeft veel invloed op het gedrag. (Jong)volwassen dieren zijn nou eenmaal actiever dan ‘bejaarde’ slakken….

6. slakken

Dit is een kenmerkende houding voor een hoogbejaarde slak. Hij zit een beetje te suffen, half in zijn huis, en zijn oogsteeltjes zijn gedeeltelijk ingetrokken. Ook het gehavende huis verraadt zijn gevorderde leeftijd.

Omdat ik op vakantie ging, liet ik mijn slakken in de natuur wegkruipen. Ik vervoerde ze in een jampotje, en dat is voor een slak een stressvol avontuur, want er zijn dan geen schuilplekken. Toen ik ze wilde loslaten ging, zoals verwacht, die actieve slak als eerste weg en kroop onmiddellijk in een rechte lijn naar de veilige begroeiing. Het duurde enige tijd voordat ook de andere dieren doorhadden dat ze weg konden, en dat ging lang niet zo snel en doelgericht.

Eenzelfde gedragspatroon kon ik ook waarnemen bij de tuinslakken, die op grond van hun verschillend gekleurde en gestreepte huisjes erg makkelijk van elkaar te onderscheiden zijn. Als soort zijn ze minder actief dan de segrijnslakken. Ze groeien ook trager en eten minder.
.
Elkaar wèl of niet mogen
Omdat ik na mijn vakantie mijn slijmerige vrienden miste, richtte ik mijn terrarium opnieuw in met nieuwe slakken. Dit keer waren dat drie segrijnslakken, waarvan al snel bleek dat ze elkaar totaal niet mochten. Ze zaten steeds zo ver mogelijk uit elkaar, elk op een andere wand van mijn slakkenbak. Dat, terwijl slakken, als ze slapen, meestal wel bij elkaar in de buurt zitten.

Deze drie hadden ook onderling opvallend weinig ‘steeltjescontact’. Op een gegeven moment zag ik echter dat ze alle drie toch in grote opwinding om elkaar heen draaiden ze hadden steeltjescontact en hun geslachtsorganen uitgestulpt. Ik dacht dat ze elkaar nu wel wat aardiger zouden vinden, maar de volgende dag zaten ze weer ieder op hun eigen wand, zo ver mogelijk uit elkaar. Omdat die situatie niet veranderde, heb ik ze vrijgelaten, want het moet vreselijk zijn om in een beperkte ruimte te leven met soortgenoten waar je een hekel aan hebt.

4. slakken

Vooral de bloemetjes van de akelei zijn erg lekker!

Communicatie
Slakken hebben geen stem, maar maken contact met elkaar via hun oogsteeltjes. Ze raken elkaar daarmee aan, trekken hun steeltjes soms ineens snel weer in, om dan weer door te gaan met om elkaar heen te draaien en elkaar af te tasten. Dit ‘steeltjescontact’ ziet er heel sierlijk uit. Het is een subtiele en elegante communicatie, bijna ballet. Vaak loopt dit uit tot een paring, maar niet altijd. Segrijn- en tuinslakkenparen onderling in elk geval niet.

Slakken zijn vredelievende dieren. In al die jaren heb ik maar twee keer iets van onderlinge agressie kunnen waarnemen, namelijk toen ik een nieuwe tuinslak bij de anderen in de bak plaatste. De eerste dag bemoeide de nieuwkomer zich niet met de andere slakken, een dag later was hij in een fel gevecht gewikkeld met een soortgenoot. Ze verhieven zich zo hoog mogelijk en deden felle uithalen naar elkaars steeltjes, die ze dan razendsnel weer introkken. Dit leek totaal niet op het normale steeltjescontact. Ik heb ook eens gezien dat een tuinslak een uithaal deed naar een opdringerige segrijnslak.

Thuisblijvers
De verschillen in gedrag tussen beide soorten zijn groot. Dat bleek ook nadat ik gestopt was met mijn terrarium. Nadat ik de slakken op mijn balkon had losgelaten, heb ik ze nog lange tijd verwend met lekkere hapjes. Ik kon het gewoon niet over mijn hart verkrijgen om groenteafval, waarvan ik wist dat ze dat lekker vinden, weg te gooien. Daardoor kwamen er echter wel erg veel slakken op mijn balkon. Te veel. Toen ik stopte met voeren zijn de segrijnslakken verdwenen. Ze zijn gewoon naar betere oorden vertrokken, en niet doodgegaan, want ik heb geen lege huizen gevonden. Segrijnslakken tref je sowieso vooral aan in de buurt van mensen, in tuinen en parken maar niet zo vaak in het bos. De tuinslakken zijn wel op mijn balkon gebleven. Ze zitten er nog steeds, en ik zie regelmatig net uit het ei gekropen jonkies. Ze eten graag algen, en maken op de afscheiding van mijn balkon prachtige patronen met hun vraatsporen. De slak schraapt zijn eten af met de radula, een rasptong. Dit schrapen maakt een regelmatig geluid. Als het erg stil is kan je het zelfs horen.

7. slakken

jonge slakjes, die net uit het ei zijn, blijven bij elkaar in de buurt

Hanny Reneman, Oktober 2015.

 

2.slakken

Snoepen van een lekker wilgenblaadje

 

 

 

Nr. 13. Ik geniet van het steeds wisselende schilderij van vraatsporen op de scheidingswand van mijn balkon.

Column Natura (KNNV) over slakken.

Als gevolg van mijn interesse in slakken ben ik lid geworden van de Nederlandse Malacologische vereniging (NMV), en heb een paar keer over hun gedrag gepubliceerd in hun ledenblad ‘Spirula’. Dit werd opgemerkt en ik werd uitgenodigd om een artikel over slakken te schrijven in ‘Natura’, het blad van de KNNV . Later werd dit gevolgd door een column, waarin ik gedurende een jaar het wel en wee in het leven van de slak volgde. De artikeltjes die ik voor ‘Natura’ schreef vind u hieronder.

Wilt u meer over slakken weten, kijk dan ook eens bij www.spirula.nl of www.gardensafari.net/dutch/slakken.htm

segrijnslakken

Natura 2004/4

Een jaar lang slakken als huisdier

Het is allemaal begonnen met een borrel in de tuin bij vrienden. Daar kropen een paar grote huisjesslakken en de heer des huizes vond dat die vraatzuchtige monsters verdelgd moesten worden. Toen hij de daad bij het woord wilde voegen, protesteerde ik en zei dat ik ze straks wel op een ander plekje zou neerzetten zodat ze geen schade meer aan zijn tuin konden aanrichten. Onderweg naar huis besloot ik ze eerst eens op mijn gemak te bekijken alvorens ze ergens weg te laten kruipen. Een doorzichtige plastic bak werd met wat aarde en plantjes omgetoverd tot een riant slakkenverblijf, een klemmend deksel van horrengaas completeerde mijn slakkenbak. Sindsdien kijk ik elke avond – want dan zijn ze actief – met veel interesse naar hun doen en laten.

Inmiddels heb ik al ruim een jaar deze leuke en mooie slakken als huis(jes) dier, en in dat jaar heb ik veel van ze en over ze geleerd. Bijvoorbeeld, dat de grote bruine slakken ‘Segrijnslak’ heten (Helix aspersa) en dat de iets kleinere soort met de vrolijke strepen over hun huis de ‘Gewone tuinslak’is (Cepaea nemoralis). Ik zou deze rustige en boeiende huisgenoten niet meer willen missen.

Ogen op steeltjes

Wat me vooral in ze aanspreekt is de manier waarop ze hun steeltjesogen gebruiken, dat komt me soms heel aandoenlijk voor. De manieren waarop de slak ze kan bewegen zijn eindeloos, variërend van maximaal uitgestrekt als ze aan de wandel zijn,helemaal naar beneden gebogen als ze hun volle aandacht bij het eten hebben, half ingetrokken als ze een dutje doen, enzovoorts.
Als ze elkaar tegenkomen maken ze contact door elkaar met hun steeltjes aan te raken en af te tasten. Soms trekken ze ze razendsnel weer in, om vervolgens weer door te gaan met aanraken en aftasten, waarbij ze vaak langdurig om elkaar heen draaien. Het is een heel subtiele en sierlijke communicatie,bijna een ballet, waarbij ik me afvraag wat er allemaal in deze kennismaking uitgewisseld wordt. Een belangrijk onderwerp is in elk geval de omvang van het huis: als de huizen te veel in maat verschillen, gaat de kennismaking niet door….
Vervolgens draaien ze langdurig om elkaar heen, elkaar steeds aanrakend. Uit de wang groeit het geslachtsorgaan (bij de helix is dat wit van kleur, bij de cepaea’s donkergrijs), dat ze vervolgens tegen elkaar aandrukken. Soms krimpt een van de twee hierbij even helemaal in elkaar.
Uiteindelijk blijven ze heel lang zo zitten en vallen ze soms in slaap terwijl ze nog aan elkaar vastzitten. Een enkele keer maken ze er een vluggertje van en is alles binnen een half uur gebeurd. Het gebeurt wel eens dat een helix probeert een cepaea het hof te maken – ik heb het omgekeerde nog nooit gezien. Dat draaien ze weliswaar een tijd om elkaar heen, maar als puntje bij paaltje komt gaat het feest toch niet door.
Mengen de verschillende soorten zich nooit? Eeen keer zag ik hoe een cepaea een opdringerige helix als het ware een kopstoot (nogal hard en snel) gaf alsof hij wilde zeggen: sodemieter op, man!

Eitjes

Het gevolg van zo’n vrijpartij is dat de slakken, die tweeslachtig zijn, allebei eitjes gaan leggen. Hiervoor maken ze een holletje in de aarde en dan begint het leggen, een proces dat zo’n 24 uur in beslag neemt. De eitjes komen als het ware uit de ‘wang’ van de slak. Omdat de eitjes op de bodem van de bak lagen, kon ik, als ik de bak optilde, hun ontwikkeling goed volgen. Ze waren eerst ondoorzichtig wit, maar werden langzaamaan iets glaziger, terwijl je het slakje al als een donker puntje in het midden kon zien zitten.
Toen ze na ongeveer twee weken uitkwamen (compleet met een doorzichtig minihuisje!) aten de jonge slakjes eerst de resten van hun ei op en kwamen pas na ongeveer een week boven de aarde gekropen. Elk nestje leverde zo’n veertig tot zestig slakjes op, waarvan ik het grootste deel, om overbevolking te voorkomen, weer buiten heb teruggezet.

ziek?

En dan krijg ik ineens te maken met een zieke slak, een van de cepaea’s zit al een paar dagen op zijn lievelingsplekje (een stuk eierschil) en hangt slap uit zijn huis. Hij reageert nauwelijks, beweegt niet, zijn ogen zijn half ingetrokken en zijn staart hangt volledig buitenboord.
Normaal is de staart altijd in het huis als ze slapen, ze zijn dan natuurlijk minder kwetsbaar.Ik heb geen idee wat ik met een zieke slak aanmoet en heb zijn lievelingseten (een stukje komkommer) maar vlak bij zijn kop gelegd. Af en toe besproei ik hem wat met de plantenspuit (zo’n regenbuitje vinden ze altijd heerlijk!) om het hem zo comfortabel mogelijk te maken en verder maar afwachten.
Een paar dagen later komt dan de grote verrassing en tevens de verklaring van zijn ‘ziekte’: Hij (of beter, zij!) is bezig met het leggen van een enorme hoeveelheid eitjes en ik denk dat het aanmaken van al die eitjes haar energieloosheid verklaart en dat dat ook de reden is waarom zij haar staart buiten haar huis laat hangen. Ze moest ook wel, want het was binnen gewoon overvol!

Ontwikkeling

Vervolgens bleek hoe totaal verschillend de twee slakkensoorten (cepaea’s en helixen) zich ontwikkelen! De helixen, die veel meer eten, groeien veel en veel sneller en hadden binnen een paar weken al een huis van één à anderhalve centimeter, terwijl de cepaea’s nog heel lang erg klein bleven. Ik vraag me af of dit enorme groeiverschil gevolgen voor de soort heeft… Zouden de helixen uiteindelijk de cepaea’s verdrijven door hun veel grotere eetlust? Dat zou erg jammer zijn, want ik vind de cepaea met zijn vrolijk gekleurde huisje zo’n schitterend slakje.

Een gevecht

Enkele weken terug vond ik op een wandeling in Meyendel een erg mooie cepaea met vijf helder glanzende donkere strepen, die ik mee naar huis nam en in mijn slakkenbak zette. Deze nieuwkomer deed de eerste dag niets anders dan eten en bemoeide zich totaal niet met de andere slakken. De volgende dag was ik getuige van een gevecht tussen deze nieuwe slak en een van de andere cepaea’s.
Ik wist niet dat slakken, die ik altijd als rustige, vredelievende dieren beschouwde, aggressief konden zijn en met elkaar vochten, maar dat doen ze dus wel en stevig ook!
Een vergissing met hun paringsritueel is uitgesloten, want dit ziet er echt totaal anders uit, het is pure aggressie in plaats van het sierlijk en harmonieus om elkaar heendraaien. Ze verhieven zich zo hoog mogelijk om dan, met wijd open bek, een razendsnelle, felle uithaal te doen. Ze leken met name in de steeltjes van de tegenstander te willen bijten, die ze natuurlijk vliegensvlug introk. Dit ging een hele tijd zo door, fel en supersnel, (wie beweert dat slakken langzaam zijn, vergist zich toch echt, ze kunnen niet hard lopen omdat ze geen pootjes hebben, maar verder zijn het snelle, sterke en soepele dieren).
Het einde van de strijd heb ik helaas niet kunnen afwachten, maar de volgende dag was ik toch wel opgelucht toen ik zag dat beide tegenstanders nog in het bezit van hun ogen waren. Ik heb trouwens nog nooit een slak met maar één steeltje gezien, hoewel het me na het zien van dit gevecht niet ondenkbaar lijkt dat er een slak serieus verwond kan raken.
Ik denk dat ik getuige was van iets heel zeldzaams, want in het hele jaar dat ik slakken als huisdier houd en hun gedrag observeer heb ik alleen deze ene keer zo’n gevecht kunnen zien. Ook bij het eten zijn er nooit conflicten. Misschien heeft het te maken met de introductie van een nieuwe slak bij de andere? Hebben slakken dan een territorium? Ze hebben wel min of meer vaste slaapplekken, maar de slak is in mijn ogen een typisch ‘vaak, maar niet altijd’ dier, want juist als je verwacht dat individu A wel weer op zijn vaste plekje zal slapen, doet hij dat niet.
In elk geval werd de vreemdeling later ‘geaccepteerd’ en kon hij laten zien dat hij ook heel vreedzaam en teder een andere cepaea het hof kan maken en een paar dagen later legde ze eitjes.

Huisonderhoud

Voor een slak is het natuurlijk van levensbelang dat zijn huis goed in orde is. In mijn slakkenbak heb ik goed kunnen zien wat ze zoal doen om dit in perfecte conditie te houden, waarbij ze zelfs voor grote klussen niet terugschrikken.
Allereerst wordt het huis regelmatig schoongemaakt, wat nodig is, omdat er door het graven stukjes aarde aan blijven kleven die er meestal niet vanzelf afvallen. In mijn bak hebben ze natuurlijk geen lekkere regenbuitjes, dus ik denk dat ze bij mij de hele boel vaker moeten schoonmaken dan in de natuur. Ze schrapen dan het hele huis af met hun mond, wat soms een behoorlijk lawaaig karwei is, zoiets als een piepend krijtje op een schoolbord. Ze bewegen daarbij hun lichaam heel lenig om overal bij te kunnen. Ze doen me dan denken aan een kat die zich wast.
Maar ook echt grote schade aan het huis kunnen ze repareren! Bij een van de helixen was er een flink stuk van de mondrand afgebroken, met een gemeen scherp uitziende, rafelige breuk. Ik heb geen idee hoe dit gebeurd is, waarschijnlijk is hij ongelukkig terechtgekomen bij een val van het dak van mijn slakkenverblijf.
Binnen een week had de slak dit hersteld! Dat ging als het volgt: hij produceerde extra veel slijm, en heeft daarmee als het ware het aangroeien van de mondrand gestimuleerd. Aanvankelijk was het nog een weke en doorzichtige plek, maar al gauw was die plek niet meer van de rest van zijn huis te onderscheiden, behalve dan door een onregelmatigheid in het patroon. Deze hele reparatie duurde ongeveer een week, waarbij hij niet van zijn plaats is gekomen en ook niet heeft gegeten.

Individueel karakter?

Bij het bekijken van hun doen en laten valt me op dat een van de helixen zich duidelijk in gedrag onderscheidt van de andere slakken. Hij is veel actiever en ondernemender, is altijd de eerste die als het donker wordt begint met eten, beweegt zich veel meer (en sneller!) door de bak heen, en kan zich uitmuntend verstoppen, wat natuurlijk een zaak van levensbelang is voor een slak.
In tegenstelling tot de andere slakken kan ik hem overdag vaak niet vinden, hoewel hij de grootste is. Hij is duidelijk veel beter dan de anderen in alle vaardigheden die in een slakkenleven belangrijk zijn.
Op grond van deze – natuurlijk beperkte – waarnemingen (waarbij ik de cepaea’s buiten beschouwing laat, omdat zij een andere soort zijn) neig ik er toe te veronderstellen, dat er ook bij slakken sprake zou kunnen zijn van de meest primaire vorm van wat je een karakter zou kunnen noemen. Ik bedoel hier het onderscheid tussen ondernemend of niet-ondernemend zijn. Dit essentiële verschil is naar mijn mening de oervorm van waaruit elke verdere karakter- of persoonlijkheidsontwikkeling is ontstaan.
Ik ben benieuwd of er ooit serieus onderzoek is gedaan naar individuele karakterverschillen bij lagere diersoorten, zoals slakken – en, zo ja, wat daarvan de conclusies waren.

Winterslaap

De plek waar mijn slakkenbak staat is vrij koel. Dus dat betekent dat ook hier de slakken zich kunnen overgeven aan periodes van winterslaap. Daarbij vallen me een paar dingen op: Hoe ouder de slak, hoe eerder en langer hij gaat slapen. De hele kleintjes blijven actief. Alleen die ene helix, die mij al eerder oopviel omdat hij veel actiever en ondernemender is dan de andere slakken, gedroeg zich in dit opzicht als een jonkie, maar uiteindelijk heeft hij zich toch ergens,(als laatste van de oudjes) begraven en geniet nu goed verborgen van zijn winterslaap. Misschien is hij inderdaad een stuk jonger dan de andere slakken (hoewel hij het grootst is) en zou dat een verklaring kunnen zijn van zijn afwijkende gedrag.

Natura 2005/1

Slakken als huisdier (1)

Al twee jaar houd ik slakken in een terrarium, namelijk de gewone tuinslak Cepaea nemoralis (dat zijn die slakjes met een geel-groen huisje met vrolijke, donkere strepen) en de segrijnslak Helix aspersa, die iets groter is, en een bruinighuis heeft. ’s Avonds, want slakken zijn nachtdieren, kijk ik met veel plezier naar hun doen en laten.

Omdat 2005 het jaar is waarin slakken extra aandacht krijgen bij de KNNV – de uitdrukking ‘in het zonnetje zetten’ ishier ongepast, omdat dat voor een slak iets vreselijks is, ze drogen dan uit – zal ik gedurende dit jaar in Natura in verschillende afleveringen wat meer vertellen over wat mijn slakken door de seizoenen heen zoal doen. Ik hoop hiermee meer mensen enthousiast te maken voor deze mooie, boeiende dieren met hun grappige ogen op steeltjes! Maar eerst wat algemene feiten over slakken.

Slakken zijn tweeslachtig, wat betekent dat ze na de paring allebei eitjes kunnen leggen. Ze maken hiertoe een holletje in de grond en leggen daarin zo’n veertig tot honderd eitjes. De net uitgekomen slakjes lijken, afgezien van het huisje, op volwassen slakken, want een gedaanteverwisseling of vervellen komt niet voor. Het huisje groeit met het slakje mee en krijgt steeds meer windingen. De groei hiervan stopt als de slak volwassen is, meestal krijgt het huisje dan nog een verdikte mondrand. De meeste slakken zijn binnen het jaar volwassen, maar bij de grotere soorten kan dit twee à drie jaar duren.

De eitjes zijn kwetsbaar; ze worden niet door moederslak bewaakt en kunnen gemakkelijk uitdrogen of door roofdieren buitgemaakt worden. Ook zijn de net uitgekomen slakjes erg gevoelig voor weersomstandigheden. Als ze deze eerste moeilijke fase goed doorgekomen zijn, sterft van de grotere soorten gemiddeld zo’n vijftig procent per jaar; dus ook al kan een slak zo’n jaar of tien worden, dergelijke hoogbejaarde exemplaren komen in de natuur niet veel voor.

Slakken dienen veel dieren tot voedsel. Om er een paar te noemen: egels, muizen en andere knaagdieren, vogels, sommige insecten (bijvoorbeeld de larven van glimwormen zijn geheel op slakken aangewezen), grote zoogdieren (onder andere wilde zwijnen), maar ook de mens lust graag een lekker klaargemaakt bordje ‘escargots’. De zanglijster heeft een aparte techniek ontwikkeld om de slakkenhuisjes kapot te slaan; hij neemt ze in zijn snavel en hamert ze stuk op steeds dezelfde steen. Dit heet een smidse. Interessant is, dat je kan zien dat lijsters individuele voorkeuren hebben, de ene eet graag cepaea’s, terwijl de andere liever helix-en eet, terwijl beide soorten in het gebied aanwezig zijn!

Het leven van een slak wordt in grote lijnen bepaald door twee problemen: uitdrogen en hun vele vijanden. Slakken hebben een vochtige huid en door hun manier van voortbewegen verliezen ze met het slijm vocht. Het belangrijkste wapen tegen uitdrogen is niet actief worden: ze zitten dan verscholen op een zo koel mogelijke plek in afwachting van beter weer. Voor een slak betekent ‘beter weer’ een lekker regenbuitje, want hoe natter het is, des te minder slijm ze hoeven te produceren om toch vooruit te kunnen. Soms houden ze zelfs een ‘zomerslaap’ bij een langdurige droge periode! Naaktslakken kunnen zich dan tot wel een meter diep in de grond ingraven. Ook om aan hun vele vijanden te ontkomen moet de slak zich goed kunnen verstoppen, want een eenmaal door een vogel ontdekte slak heeft geen enkele kans op ontsnapping.

Slakken worden vaak ten onrechte alleeen maar gezien als schadelijke opvreters. Ze zijn echter zeer nuttige composteerders. Op plaatsen waar slakken ontbreken, duurt het jaren langer voordat bladeren tot compost vergaan. Ze dienen veel dieren tot voedsel. Het zijn ook belangrijke kalkleveranciers, zangvogels hebben die kalk nodig voor de vorming van eierschalen en ook veel planten hebben kalk nodig. Slakken onttrekken namelijk, behalve aan eierschalen en dergelijke, ook kalk aan steen. Gedeeltelijk wordt dit gebruikt voor de opbouw van het huisje, gedeeltelijk komt het via de ontlasting in de grond terecht. Ze brengen hiermee dus kalk in de grond en verrijken die daardoor. Als ik mijn slakken op een verse eierschaal heb getrakteerd, kan ik later zien of ze ervan hebben gegeten. Hun poep is dan helemaal wit van de kalk! Als het poepje opgedroogd is, blijft die kalk als een heel fijn poeder achter. Dit kan makkelijk oplossen en door planten opgenomen worden.

Wie toch van een overmaat aan slakken in zijn tuin af wil, doet er het beste aan te zorgen dat er veel vogels, egels en andere dieren in die tuin komen. Strooi in elk geval nooit slakkenkorrels, want het gif van die korrels komt via de slak ook terecht in de dieren die slakkken eten (en zo dus bijvoorbeeld via muizen in jouw kat….).

In het algemeen gaat het slecht met de slakken in Nederland. Het aantal soorten loopt terug. Een van de oorzaken hiervan is de daling van het aantal geschikte leefgebieden voor slakken, doordat Nederland steeds meer volgebouwd wordt. Ook de moderne landbouw, meer specifiek de verzuring, vermesting en vergrassing draagt bij aan het teruglopen van het aantal soorten. Je zou kunnen zeggen dat de algemene soorten steeds algemener en de zeldzame soorten steeds zeldzamer worden. Voor slakken is diversiteit in het landschap en ‘bodemrust’ belangrijk; je moet niet al te netjes zijn, dus dood hout laten liggen en niet steeds met bladblazers in de weer zijn…

Natura 2005/2

Slakken als huisdier (2), Winterslaap

Net zoals veel andere dieren zijn ook slakken, althans de grotere soorten, aangewezen op een winterslaap. De kleinere soorten worden doorgaans niet ouder dan één jaar en overleven door middel van de eieren, die in het najaar gelegd worden en in het voorjaar uitkomen.

Wil een slak de winter goed doorkomen, dan moet hij voldoende vet hebben om op te teren en zorgen voor een goed en veilig plekje. Want niet alle slakken overleven de winterslaap. Als ze zich van tevoren niet dik genoeg hebben kunnen eten, als de winter te streng is, als hun overwinteringsplekje niet voldoende veilig, droog en warm is, sterven ze van honger en kou (of allebei) en drogen vervolgens uit. Opvallend is trouwens, dat jonge slakken nog lang actief blijven, terwijl de oudere exemplaren zich dan al lang verstopt hebben. In mijn bak kon ik hetzelfde patroon waarnemen: de jonkies bleven actief, terwijl de oudjes al sliepen.

Bij de keuze van een goed winterslaap-plekje gaat de voorkeur uit naar een glad oppervlak, waaraan de slak zich kan vastplakken, of hij graaft zich in de grond in. Opvallend is, dat, ook al leven slakken niet in families bij elkaar, ze voor de winterslaap toch heel vaak in grote groepen bij elkaar zitten. Waarschijnlijk hebben ze allemaal het zelfde idee over hoe een prima overwinteringsplekje er uit ziet. Een geliefd plekje is bijvoorbeeld boven aan de binnenkant van de deuren van de bunkers in het Staelduinse bos. Het oppervlak is lekker glad, het klimaat constant, het is er rustig en veilig voor egels en knaagdieren, wat wil je als slak nog meer! ’s winters zitten daar altijd massa’s Segrijnslakken (Helix aspersa). Ook in mijn bak zitten de meeste winterslapers bij voorkeur boven aan de rand van de bak gekleefd; een minderheid graaft zich in.

De slakken, die zich in de grond hebben ingegraven, gaan met de mondopening naar boven liggen. Naaktslakken zitten doorgaans dieper dan huisjesslakken, soms wel één meter diep! Ik heb wel eens gehoord dat tuinders vroeger op grond van hoe diep de slakken in de grond zaten konden voorspellen of het al dan niet een strenge winter zou worden. Dit heb ik natuurlijk niet kunnen controleren, maar ik geloof onmiddellijk dat het inderdaad zo is.

Tijdens de winterslaap trekken slakken zich heel diep in hun huisje terug, dit is goed te zien bij de slakken die aan de rand van mijn slakkenbak zitten. Vervolgens wordt het huisje afgesloten met een laagje slijm, dat uitdroogt en hard wordt. Bij de Segrijnslak verhardt dit zich tot een afdekplaatje van kalk. Als het erg koud is, trekken ze zich soms nog dieper terug en vormen dan een extra ‘deurtje’. Tijdens deze winterslaap, die 3 à 4 maanden kan duren, worden alle levensprocessen, zoals de ademhaling en de hartslag, vertraagd. In het ‘deurtje’ zit een piepklein gaatje, dat nog net voldoende lucht door laat om de slak niet te laten stikken. De slak slaapt ’s winters in een andere houding dan wanneer hij gewoon even een dutje doet. Dan zit hij meestal net niet helemaal in zijn huisje teruggetrokken en steken zijn steeltjesogen half ingetrokken, als het ware ‘halfstok’ uit zijn huisje.

Als de zomer een lange, droge periode kent, zoals in 2003, overbruggen slakken deze voor hen, vanwege het vochtgebrek, moeilijke periode met een ‘zomerslaap’ van een paar weken. In Middellandse Zee-landen doen ze dat altijd, in Nederland alleen als het nodig is. Slakken zijn nu eenmaal meesters in het zich aanpassen! Het nadeel van die zomerslaap is dat ze dan niet altijd voldoende tijd hebben om zich vet genoeg te eten om de lange winter succesvol te doorstaan.

Gedurende de winterslaap teren de slakken op hun vet en zijn dan ook erg mager als ze in de lente, als het weer warmer wordt, wakker worden en uit hun schuilplaats te voorschijn kruipen. Ze breken door het ‘deurtje’ heen – soms kan je losse afdekplaatjes van de Segrijnslak vinden – en kruipen door de aarde omhoog om iets lekkers te eten te zoeken. Ze moeten eerst flink aansterken. Vooral paardebloemblad wordt dan erg gewaardeerd!

Eigenlijk is het heel opmerkelijk, dat ook de slakken in mijn bak zich overgeven aan de winterslaap. Mijn bak staat weliswaar op een relatief koele plek, maar wèl in de woonkamer, en bovendien is er, anders dan in de natuur, altijd wel iets te eten. Blijkbaar spelen er nog veel meer dingen mee dan alleen winterse kou en voedselgebrek. De verandering van daglengte zal hierbij zeker ook van doorslaggevende invloed zijn……..

Dit hele verhaal over slapen doet me er aan denken hoe rustgevend en ontspannend het kan zijn om ’s avonds, voor het slapen gaan, nog even te kijken naar wat de slakken (het zijn immers nachtdieren) aan het doen zijn. Alleen nu is er nauwelijks iets te beleven, maar in het voorjaar en zomer is het echt heel leuk om naar hun doen en laten (en liefdeleven!) te kijken.

Natura 2005/3

Slakken als huisdier (3), Voortplanting

Nu de winterslaap, die drie tot vier maanden geduurd heeft, weer voorbij is,komen de slakken uit hun schuilplaatsen gekropen. Omdat ze al die tijd op hun vet hebben moeten teren zijn ze sterk vermagerd en dus gaan ze meteen op zoek naar iets eetbaars om weer op krachten te komen. Ze bruisen nu weer van activiteit, hebben echt de lente in hun kop en overal zie je hun vrolijk glinsterende sporen.

Slakken zijn hermafrodiet, dat wil zeggen, zowel man als vrouw, en bij de paring bevruchten ze elkaar dus wederzijds. Het is schitterend om hun rustige, traag stoeiende liefdesspel te bekijken.

Als ze elkaar tegenkomen maken ze contact door elkaar met hun steeltjesogen aan te raken en af te tasten. Soms trekken ze hun steeltjes razendsnel even in om vervolgens toch weer door te gaan met aanraken en aftasten, waarbij ze steeds om elkaar heen draaien. Dit is een subtiele en sierlijke communicatie, die er heel ontroerend en teder uitziet, het is bijna een
ballet. Ik vraag me altijd af wat er allemaal in deze kennismaking uitgewisseld wordt. Een belangrijk onderwerp is in elk geval de grootte van het huis, want als de huizen te veel in maat verschillen gaat de kennismaking niet door…..Ze blijven zo ruime tijd, ca. anderhalf uur, om elkaar heen draaien, waarbij ze elkaar steeds aanraken. Uit de rechter ‘wang’ groeit het geslachtsorgaan (bij de segrijnslakken is dat wit van kleur en bij de gewone tuinslak donkergrijs), dat ze vervolgens tegen elkaar aandrukken. Soms krimpt een van de twee hierbij even helemaal in elkaar. Uiteindelijk blijven ze heel lang zo samen zitten en vallen soms in slaap terwijl ze nog aan elkaar vastzitten. Een enkele keer maken ze er een vluggertje van en dan is alles binnen een half uur gebeurd.

Ik heb ook wel eens gezien hoe een segrijnslak een gewone tuinslak het hof probeerde te maken – het omgekeerde heb ik nooit kunnen waarnemen. Dan draaien ze weliswaar een tijd om elkaar heen, maar als puntje bij paaltje komt gaat het feest toch niet door. Mengen de verschillende soorten zich nooit? Een keer zag ik hoe een tuinslak een opdringerige segrijnslak als het ware een kopstoot gaf (nogal hard en snel) alsof hij wilde zeggen: sodemieter op!

Tijdens de paring blijven segrijnslakken en tuinslakken liggen, terwijl wijngaardslakken hun lichamen tegen elkaar aandrukken, zodat ze samen omhoog komen, waarbij ze hun kopjes tegen elkaar aanwrijven. In de film Mikrokosmos zijn twee vrijende wijngaardslakken schitterend verfilmd.
Een enkele keer maken wijngaardslakken en segrijnslakken een speciale ‘liefdespijl’ van kalk aan, die bij het vrijen als extra stimulans in het lichaam van de partner wordt gedrukt, en er zelfs wel eens dwars er door heen kan gaan. Aan deze heftige SM-praktijken schijnen ze trouwens flinke littekens over te kunnen houden. Ik heb dit zelf echter nog nooit gezien……

Naaktslakken, zoals de gewone of grote wegslak zijn eveneens hermafrodiet, en bevruchten elkaar dus ook over en weer. Net als huisjesslakken draaien ze eerst geruime tijd om elkaar heen om zodoende een zacht bedje van slijm te creëren. Dan vormen de beide lijven een cirkel, waarbij de geslachtsorganen (die er uit zien als melkachtig witte, glazige blazen) aan de rechterkant van de kop naar buiten stulpen. Terwijl ze die tegen elkaar aandrukken wordt het spermapakketje uitgewisseld.

Het meest opzienbarend is echter het liefdesleven van de tijgerslak of grote aardslak, die verdient volgens mij echt een plaatsje in het Guinness Book of Records. Het gaat als het volgt: Eerst kruipen ze op een vaste ondergrond in een cirkel achter elkaar aan om een dikke slijmplek te maken. Als die stevig genoeg is, laten ze los en zakken als een spiraal in elkaar gestrengeld langs een taaie slijmdraad naar beneden. Na dit bungee-jumpen blijven ze nog even om elkaar heen draaien tot ze uiteindelijk helemaal stil hangen. Dan komt bij beide slakken de penis naar buiten. Deze penissen kunnen zich uitrekken tot een lange, witte draad van soms wel 60 tot 80 cm. lang! Dat wil dus zeggen 4 à 5 keer zo lang als hun lichaam! Aan het einde van die draad zit het spermapakketje, dat uitgewisseld wordt, waarna de penis zich weer terugtrekt en de slak zo’n half uurtje later weer op pad gaat.

Een paar weken na de paring gaan de slakken hun eitjes leggen, waarover meer in de volgende aflevering van ‘mijn slakken’.

Slakken als huisdier (4)

Het gevolg van al die seksuele activiteit waar ik vorige keer over verteld heb, is dat beide slakken, nu ze elkaar wederzijds bevrucht hebben, eitjes gaan leggen.

Meestal gebeurt dat zo’n 2 à 3 weken na de paring, maar als het bijvoorbeeld erg koud is, of de omstandigheden in andere opzichten ongunstig zijn, kan dat ook veel langer duren. Tussen het paren en het leggen van eitjes kan zelfs de hele winterslaap zitten!

Ook als eitje kunnen slakken een lange tijd overbruggen. Bij sommige kleine soorten worden de eitjes pas in de herfst gelegd, om in het voorjaar uit te komen, terwijl het volwassen dier sterft. De slak is nu eenmaal een meester in het zich aanpassen aan zijn omstandigheden….

Als het zover is zoekt de slak een goed verborgen plekje onder stenen, dor blad of hout, of ze graaft met haar voet een kuiltje in de grond. Hierin worden de eitjes, die als het ware uit de ‘wang’ van de slak tevoorschijn komen, gelegd. De slak heeft dan al een paar dagen niet meer gegeten of bewogen, want het proces van het aanmaken van de eitjes heeft al haar energie opgeëist. Hoe dit alles in zijn werk gaat heb ik verleden jaar heel goed kunnen waarnemen.

Ik kreeg toen ineens te maken met een zieke slak. Een van mijn tuinslakken, ‘Streep’, zat al een paar dagen bewegingloos op zijn lievelingsplekje (een stukje eierschil) en hing slap uit zijn huis. Hij reageerde nauwelijks, leek me half bewusteloos, zijn ogen waren half ingetrokken en zijn staart hing volledig buitenboord. Dat is vreemd, want normaal is de staart altijd in het huis als ze slapen, ze zijn dan natuurlijk minder kwetsbaar. Omdat ik geen idee had wat ik met een zieke slak aan moest, heb ik zijn lievelingseten (een stukje komkommer) maar vlak bij zijn kop neergelegd en hem af en toe wat met de plantenspuit besproeid – zo’n regenbuitje vinden ze altijd heerlijk! – en verder maar afgewacht.

Een paar dagen later kwam dan de grote verrassing en tevens de verklaring van zijn ‘ziekte’: Hij (of beter, zij!) was bezig met het leggen van een enorme hoeveelheid eitjes en ik denk dat het aanmaken van al die eitjes de verklaring is van haar energieloosheid, en dat ze ook daarom haar staart buiten haar huis liet hangen. Binnen was gewoon geen plek meer!

De eitjes worden blijkbaar dus van te voren al in het lichaam aangemaakt. Ik heb dit een paar weken later heel mooi kunnen zien bij een segrijnslak, die toevallig zodanig tegen de wand van mijn slakkkenbak zat, dat ik door zijn ademhalingsopening, die net wijd open stond, naar binnen kon kijken. Ik kon toen zien hoe de eitjes binnen in het slakkenlichaam zaten. Een heel mooi (maar misschien wat onbescheiden?) inkijkje!

Hoeveel eitjes er gelegd worden hangt onder meer ook af van hoe oud de slak is. Het legsel van een oude slak is meestal groter dan dat van een jonge. De eitjes van huisjesslakken zien er uit als kleine witte bolletjes, terwijl die van naaktslakken doorzichtig zijn.

Deze eitjes (elk legsel bevat zo’n 40 tot 100 eitjes!) zijn eerst ondoorzichtig wit, maar worden langzaamaan iets glaziger, terwijl je dan het slakje al als een zwart puntje in het midden kan zien zitten. Gewoonlijk komen ze na ca. 2 weken uit. Dan eten de jonge slakjes eerst de resten van hun ei op en komen pas na ongeveer een week boven de aarde gekropen.

Bij een legsel segrijnslakken heb ik heel precies kunnen volgen hoe de slakjes uit hun ei komen, omdat moeder slak zo vriendelijk was haar eitjes goed zichtbaar tegen de rand van het slakkenverblijf te leggen. De jonge slakjes eten eerst het binnenste van het ei op, totdat er alleen nog maar een vlies over is. In dat stadium ziet het hoopje eitjes er wat ‘ingezakt’ uit, en is een beetje bruinig. Daarna eet het slakje een gat in het overgebleven vlies en steekt zijn kopje naar buiten. De rest van het vlies lijkt om zijn lijf te blijven zitten. Dit restant wordt later hard en vormt zodoende het begin van het huisje, dat aanvankelijk nog helemaal doorzichtig is.

De jonge slakjes, die nu nog steeds onder de grond zitten, moeten zich een weg naar boven zoeken. Ze moeten door de aarde heen eten. Dit doen ze als groep, en ik kon goed volgen dat dit geen eenvoudige opgave voor ze is. Ik zag, hoe ze verschillende keren een ‘weg’ insloegen, die blijkbaar te moeilijk was, en hoe ze vervolgens allemaal weer naar hun beginpunt terugkeerden om een andere route omhoog te zoeken. Dit zoekend heen en weer gaan duurde ruim een week!

Toch wordt, ook al heeft moeder slak een zo goed mogelijk plekje voor haar eitjes gezocht, haar legsel op vele manieren bedreigd. Het kan bijvoorbeeld uitdrogen, of juist wegrotten, maar gevaarlijker zijn de talloze vijanden. Slakkeneitjes zijn een lekker hapje voor bijvoorbeeld vogels, egels, knaagdieren en allerlei insecten, zoals de duizendpoot, die ook graag jonge slakjes eet. In zuidelijke landen wordt deze zogenaamde ‘slakkenkaviaar’ zelfs door mensen graag gegeten!

In de kunstmatige omgeving van een bak is goed te zien hoe totaal verschillend mijn twee slakkensoorten zich ontwikkelen. De segrijnslakken groeien veel en veel sneller dan de tuinslakken en hebben binnen een paar weken al een huis van 1 – 1,5 cm. De tuinslakjes blijven heel lang erg klein. Ik vraag me af wat dit enorme groeiverschil voor gevolgen voor de soort heeft. Als de segrijnslakken met hun veel grotere eetlust op den duur de tuinslakken zouden verdrijven dan zou ik dat erg jammer vinden, want ik ben zeer gesteld op het tuinslakje met zijn vrolijk gekleurde, gestreepte huisje!

Natura 2005/5

Slakken als huisdier (5) Aan de maaltijd

Verreweg de meeste slakken zijn vegetarisch en eten zowel dood als levend plantenmateriaal. De meeste soorten geven de voorkeur aan rottende planten en beginnen pas aan levende wanneer er geen halfvergane plantenresten voorhanden zijn. Daarom heeft de keurig nette tuinliefhebber ook veel meer last van slakkenvraat dan de wat minder precieze die niet steeds zo druk bezig is met het opruimen van dode bladeren en andere rommel. Alleen de hosta is en blijft een onweerstaanbare lekkernij voor met name de segrijnslak!

Slakken eten op een bijzondere manier: ze hebben namelijk een rasptong (radula), waarop honderden microscopisch kleine tandjes staan. Deze zijn in regelmatige rijen gerangschikt. Door met de radula te raspen schraapt de slak fijne deeltjes van het voedsel af; dit rustige gerasp is op een stille zomeravond vaak goed hoorbaar! Hij beweegt daarbij zijn kop heen en weer. Op een plek waar de slak algen heeft gegeten zijn deze fraaie graassporen goed te zien en vormen een grillig patroon. De voorste tanden van de radula slijten bij het eten af en aan de achterkant groeien er weer nieuwe bij. Maar dat een slak wel zou moeten eten omdat anders zijn tong uit zijn bek groeit is toch wel een wat overdreven voorstelling van zaken…

Slakken zijn kieskeurige lekkerbekken, ze prefereren bijvoorbeeld groente van de natuurwinkel duidelijk boven die van een goedkope super. Vooral komkommer is favoriet. Onlangs, op een nogal warme avond, at ik een salade met komkommer (uit de natuurwinkel natuurlijk!) en mijn slakken mochten uiteraard ook meegenieten. Ze kregen een overheerlijke komkommerschil. Een half uurtje van te voren had ik met de plantenspuit gezorgd voor een zacht regenbuitje, dus alle omstandigheden waren optimaal om eens op mijn gemak te bekijken wat er zich zoal in mijn slakkenbak afspeelde.

Als eersten kwamen een gewone tuinslak (T1) en mijn grootste segrijnslak (S1) elkaar tegen op die schil. T1 maakt S1 het hof, maar S1 reageert hier niet op. Dit is merkwaardig, want als er contact is tussen de soorten onderling gaat het initiatief eigenlijk vrijwel altijd uit van de segrijnslakken. Maar deze avond had T1 er gewoon erg veel zin in, zoals later ook nog zal blijken… Vrijwel onmiddellijk komt er een kleine segrijnslak (S2) bij, terwijl S1 weer weggaat. De tuinslak T1 gaat nu, via de komkommerschil, ook weg en komt de naaktslak N1 (gewone wegslak) tegen, waarbij ze, eigenlijk per ongeluk, elkaar heel eventjes met de steeltjes aanraken, contact zou je dit niet kunnen noemen, het is meer dat ze tegen elkaar opbotsen. De naaktslak trekt zich abrupt in, en T1 draait zich razendsnel om en loopt via de zelfde weg terug. Van dit soort ongewenste intimiteiten moeten beide partijen overduidelijk niets hebben!

Nu komt de andere tuinslak, T2 er aan.De twee T’s ontmoeten elkaar en maken zeer intensief steeltjescontact. De grote S1 is nu ver weg, de kleine S2 zit er vlak bij, is zeer geïnteresseerd en dringt zich er bijna tussen (pubergedrag!). Ook de naaktslak N1 zit er, nog steeds ingetrokken, pal naast, letterlijk ‘onder oogbereik’, maar wordt genegeerd. De twee tuinslakken ‘baltsen’, ze richten zich hoog op, waarbij ze de zijranden van hun lichaam naar binnen laten krullen, en geven elkaar ‘kusjes’. S2 wil zich er nog steeds mee bemoeien, maar krijgt geen aandacht… Inmiddels komt er een andere kleine segrijnslak, S3, bij. De naaktslak N1 blijft nog steeds ingetrokken, en ligt als een hinderlijk rotsblok onverstoorbaar in de weg. Dan gaat T1 weg, even later doet T2 hetzelfde, maar gaat dan wel een andere kant op. Ik zou bijna zeggen, ze gaan weg met een knipoog naar elkaar, want ik ben er zeker van dat ze later door zullen gaan met hun liefdesspel. De twee segrijnslakjes doen nu alsof ze ook volwassen zijn en maken oogcontact zoals beide T’s dat deden, maar de komkommer is toch wel erg aantrekkelijk en ze beginnen al snel te eten. De naaktslak begint nu eindelijk ook te eten, waarbij hij zijn grote lijf langruit in de lengte van de komkommerschil uitstrekt.

Een half uurtje later kijk ik weer eens en de situatie is nu als het volgt: de naaktslak heeft zich omgedraaid, en is nog steeds aan het eten, ook nu weer met zijn lijf languit de komkommerschil bedekkend. De twee kleine segrijnslakjes S2 en S3 zijn ook aan het eten, evenals S1, en de twee tuinslakken zijn weer teruggekeerd en zitten nu heel dicht naast elkaar knus te genieten van hun maaltijd, als ware het een intiem diner bij kaarslicht…

En ja, hoor, de volgende ochtend trof ik ze innig verbonden aan, dus binnenkort zullen er wel weer eitjes komen…

Wie zegt er nu nog dat slakken maar van die saaie beesten zijn?

Een paar dingen vallen me bij dit soort observaties altijd weer op:

  • Segrijnslakken zijn in het algemeen actiever en ondernemender dan tuinslakken. Dit is logisch, want ze eten ook veel meer en groeien (vanaf het ei) veel sneller. Individuele verschillen in ‘persoonlijkheid’ zijn dan ook het makkelijkst waar te nemen bij de segrijnslak (vooral het verschil tussen ondernemende en minder ondernemende individuen). Sommige individuen van dezelfde soort mogen elkaar blijkbaar niet.
  • Jong volwassen dieren zijn het meest actief en ondernemend (pubergedrag), en oude dieren doen het wat kalmer aan. Oude slakken slapen ook meer en langer.
  • Slakken zijn niet monogaam
  • Slakken zijn vreedzame dieren, conflicten zijn er vrijwel nooit
  • Ik heb nooit een paring tussen een segrijnslak en een tuinslak gezien, en ook nooit een dier dat een mengvorm van beide soorten zou kunnen zijn. Beide soorten maken wel ‘steeltjescontact’, maar dat blijft oppervlakkig en kortdurend. Het initiatief hiertoe gaat gewoonlijk van de meer actievere segrijnslakken uit.
  • Huisjesslakken en naaktslakken negeren elkaar absoluut!

Natura, 2005/6

Slakken als huisdier (6)

Als kind was ik al geïntrigeerd door de glinsterende sporen die slakken achterlaten. Het lijkt wel een landkaart. Sommige zien er uit als een regelmatige rij stippeltjes, andere lijken meer een doorgetrokken lijn. Welke slak kroop daar, waar ging hij naar toe en waarom nam hij juist deze route?

De sporen die er als een regelmatig stippellijntje uitzien zijn altijd afkomstig van een huisjesslak. De stippels ontstaan niet doordat de slak telkens even stopt, daar is de regelmaat van de stippels trouwens ook te groot voor, maar heeft te maken met de toevoer van het slijm, dat uit een gaatje bij hun ’kin’ komt. Blijkbaar gaat dit druppelsgewijs. De ononderbroken lijn is afkomstig van een naaktslak. Die zijn namelijk, wat voortbewegen betreft, beter uitgerust dan huisjesslakken. Over hun hele rug welt extra slijm op (ze zijn ook veel plakkeriger als je ze oppakt) dat via de boomschorsachtige groeven in de huid naar beneden vloeit. Daar komt het terecht in een soort ringweg, die de zoom van de voet begrenst. Bij de gewone wegslak is die zoom mooi helder oranje van kleur. Via heel veel kleine dwarskanaaltjes komt het uiteindelijk onder de voet van de slak terecht. Dankzij deze dubbele smering kan de naaktslak dus veel beter slijmsurfen!

Ik heb me er altijd over verbaasd waarom met name deze gewone wegslakken na een regenbuitje zo nodig massaal op het fietspad moeten rondkruipen – om daar dan platgereden te worden. Ik denk, dat ik het nu wel begrijp: een slak beweegt zich namelijk het makkelijkste voort op een glad oppervlak, want dan verliest hij het minste vocht, dat hij immers nodig heeft om slijm te maken. In mijn bak zie ik ook dat de slakken het liefst via de wanden van A naar B gaan, want ook al is dat bepaald niet de kortste weg, het is qua vochtverbruik wèl de meest efficiënte route. Dus op zo’n geasfalteerd, vochtig fietspad kan je je als slak eens helemaal uitleven en lekker oerend hard gaan! Het aantal verkeersslachtoffers wordt nog vergroot omdat ze naar hun platgereden vriendjes toegaan om ze op te eten… de slak is nu eenmaal een opruimer en beslist niet uitsluitend vegetarisch!

Naaktslakken zien er altijd schoon en glanzend uit, het is opmerkelijk dat er aan hun kleverige lijf geen vuil blijft plakken, alleen bij het puntje van de staart kleven vrijwel altijd wat zandkorreltjes. Slechts één keer heb ik (in mijn bak) een gewone wegslak gezien die niet schoon was, maar zijn hele lijf vol had zitten met aarde en aangekleefde takjes, en daar plakte dan ook nog een stukje eierschil midden op zijn rug. Het beest zag er gewoon verwaarloosd en depri uit! De volgende dag was hij echter weer helemaal perfect schoon. Hoe vaak er in de natuur zo’n ‘vuile’ slak rondloopt weet ik niet, omdat hij overdekt met aarde vrijwel onzichtbaar is. Ik heb echter nooit gezien dat naaktslakken zich met hun mond schoonwassen, misschien spoelen ze zich vanzelf schoon door het slijm dat over hun rug vloeit. Huisjesslakken daarentegen zijn wel vaak bezig met het schoonhouden van hun huis. Ze raspen dit dan met hun mond af, waarbij ze hun lijf lenig bewegen om overal bij te kunnen.

Slakken kunnen heel goed klimmen, en met name de gewone tuinslak zie je vaak hoog in de bomen zitten, waar hij dan al algen etend terecht is gekomen. Afdalen is echter heel wat moeilijker, want door hun huisje zijn ze topzwaar. Vooral als ze loodrecht naar beneden willen, slaan ze vaak over de kop en tuimelen omlaag. Soms raakt hun huis hierdoor beschadigd, maar dat kunnen ze meestal wel repareren.

Een paar weken geleden heb ik al mijn slakken op verschillende plekken op mijn balkon weg laten gaan. Opvallend was, dat de vier segrijnslakken, die in mijn bak altijd bij elkaar zaten, ook nu elkaars gezelschap weer opgezocht hebben. Meestal zitten ze ’s avonds vlak bij elkaar te eten.

Een van deze vier is inmiddels het slachtoffer van een vogel geworden – de scherven van zijn stukgeslagen huis lagen op mijn balkon – en een van de anderen was ook al gauw verdwenen. Een dag of tien later zag ik dat deze, helemaal aan het andere einde van mijn balkon, druk bezig was met eitjes leggen. De volgende dag was hij weer op zijn oude plekje bij de andere twee. Ze zoeken blijkbaar bewust elkaars gezelschap op!

Mijn fantasie slaat dan natuurlijk op hol, en ik hoor in gedachten al het volgende gesprek: ‘Hallo, jongens, daar ben ik weer!’. ‘Heej, Slidder, hoe is het gegaan? Heb je een goede plek kunnen vinden? Is je legsel goed en gezond?’. ‘Wat me nou toch overkomen is, ben ik net bezig met eitje 26, komt die grote hand er aan en trekt me zomaar aan mijn huis uit het kuiltje dat ik gegraven heb! De brutaliteit!!’ enzovoorts, enzovoorts

Hiermee ben ik dan aan het eind gekomen van mijn serie over het doen en laten van slakken. Het meest bijzonder vind ik toch wel de ontdekking dat slakken persoonlijkheden zijn, dat ze individuele eigenschappen hebben, die weliswaar niet hoog ontwikkeld zijn, maar er is een duidelijk verschil tussen ondernemende en niet ondernemende dieren. Ook is opvallend dat sommige slakken elkaar beslist niet ‘mogen’, en – dat is natuurlijk alleen in een bak te zien – dan ook zo ver mogelijk van elkaar gaan zitten, terwijl andere elkaars gezelschap juist opzoeken. Dit alles heb ik vooral kunnen waarnemen aan segrijnslakken, omdat zij groot en actief zijn en je de verschillende individuen aan de hand van hun huisje goed uit elkaar kan houden.

Kijk, daar gaat hij, de slak. Hij strekt zijn ogen zo ver mogelijk uit en verdwijnt langzaam in het donker van de nacht….

Natura 2006/3

Slakken als huisdier (slot)

Deze zomer heb ik mijn slakken losgelaten op mijn balkon. Dat wil dus niet zeggen, dat ik van ze af ben. Als ik een extra lekker stukje groenteafval heb – ik weet inmiddels precies wat favoriet is – leg ik het in een van mijn plantenbakken, ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om zoiets lekkers zomaar weg te gooien. Regelmatig kijk ik s’avonds met een zaklantaarn naar de slakken, het zijn nu eenmaal nachtdieren, en bij die ontdekkingstochten leer ik ook van alles over de gewoonten van mijn andere balkonbewoners. Zo eten bijvoorbeeld pissebedden graag slakkenslijm.

En dan merk ik, dat de natuur toch weer voor evenwicht zorgt. Omdat er door mijn bijvoeding relatief veel slakken op mijn balkon zitten, zijn ook hun natuurlijke vijanden toegenomen. Er zitten nu met name veel meer duizendpoten, zowel de gewone bruine als de aardduizendpoot;

beide soorten zijn echte rovers, dol op slakkeneitjes en jonge slakjes. Maar ook komen er meer vogels dan voorheen om op mijn balkon een hapje slak te eten…. Ik vind dit niet altijd leuk, maar kijk toch wel weer met bewondering en verwondering naar hoe de natuur zich aanpast, zelfs op zo’n beperkt gebiedje als een balkon in de stad!

Een onderwerp, dat in mijn voorgaande stukjes nog niet ter sprake is gekomen, is ziekte. Slakken hebben soms een parasiet, een soort mijt. Ze lijken er weinig hinder van te hebben, hoewel dat natuurlijk niet goed na is te gaan, omdat ze zich nu eenmaal niet kunnen krabben. Alleen als zo’n mijt op hun oogbolletje komt, zie je dat de slak zijn steeltje snel intrekt. In de onnatuurlijke omgeving van mijn slakkenbak is dit ongedierte een keer een echte plaag geworden, maar door een grondige reiniging van de bak, waarbij ik alle aarde en alle plantjes vervangen heb, en een douchebeurt voor de slakken (gewoon onder de kraan gehouden en afgespoeld) kreeg ik dit weer onder controle.

Later kreeg ik nog een keer met een echte ziekte te maken. Een van de bruine naaktslakken (de Gewone Wegslak), die ik regelmatig op mijn balkon voorbij zie schuiven, had een soort huidziekte. Op zijn rugschild (mantel) zaten een paar lichtere vlekken, die in de loop der tijd méér en groter werden. Vlak bij zijn staartpunt zat ook een aangetaste plek, waar de tuberkels van zijn huid volledig verdwenen waren. Daaronder werd een dun, grijzig huidje zichtbaar. Hij leek door dit alles in zijn bewegingen niet belemmerd te worden, maar op het laatst kreeg ik toch wel de indruk dat hij dunner werd…Nog een paar dagen later vond ik hem dood, en al gedeeltelijk ingedroogd.

Dit hele ziekteproces heeft plm. 3 maanden geduurd. Een kennis van me is dierenarts, en toen ik hem op een verjaardag weer eens tegen kwam, vroeg ik of hij me hier iets meer over kon vertellen. Hij zei, dat dit waarschijnlijk een schimmelinfectie was en dat dit soort dieren daar vaker mee te ma…ken hebben.

Hanny Reneman, Delft 2011

Hoe maken naaktslakken zich schoon?

Oftewel….naaktslak onder de douche!

Als kind wilde ik het al weten: hoe komt het toch dat naaktslakken er toch altijd zo mooi schoon en glanzend uitzien terwijl je toch zou verwachten dat er van alles aan hun plakkerige lijf blijft vastkleven? maar nu weet ik het antwoord!

Tijdens een wandeling in het duingebied van Meyendel (Wassenaar) heb ik heel goed kunnen zien hoe naaktslakken zich schoonmaken. Een naaktslak (een fors exemplaar van de grote wegslak, Arion ater) was moeizaam bezig een mul zandpaadje over te steken. Dan kan ik het natuurlijk niet laten om het beestje daarbij even te helpen en hem over te zetten, Alleen glipte hij toen ik hem neer wou zetten uit mijn vingers en kwam op zijn rug terecht. Het gevolg was dat er nu niet alleen zand, maar ook nog aarde en een blaadje aan hem plakte. Ik was benieuwd hoe hij dat probleem zou aanpakken en wachtte af.

Van schrik zat hij uiteraard eerst nog als een bal samengetrokken, maar al gauw ontspande hij zich enigszins en kwamen zijn ogen halfstok tevoorschijn. Hij bleef in deze half samengetrokken houding zitten, terwijl hij langzaamaan zijn huid iets bewoog, een soort rimpeling. Deze beweging werd steeds groter, totdat het dier zijn lijf ritmisch heen en weer liet schommelen, nog steeds in half samengetrokken positie, terwijl zijn oogjes maar net naar buiten staken. Als slak moet je natuurlijk altijd alert blijven!

Al gauw werd duidelijk wat hier de bedoeling van was: deze swingende beweging stimuleerde een extra slijmtoevoer in de groeven op zijn rug! En dat had weer tot gevolg dat hij zich helemaal schoonspoelde, waarbij hij het blaadje het eerst kwijtraakte. Toen hij klaar was met ‘douchen’ werd de swingende beweging langzaam weer kleiner. Daarna bleef het dier nog half samengetrokken zitten, blijkbaar moe van deze inspannende en stressvolle toestand. Hij had een klein half uurtje nodig voor zijn ‘douche’, maar ik heb niet gewacht tot hij weer aan de wandel ging.

Gelukkig gebeurde dit alles op een erg mooi stil plekje, en was ik alleen, zodat ik me in alle rust aan mijn toch wat vreemde hobby kon overgeven! Later op dezelfde wandeling trof ik weer een overstekende grote wegslak, dit dier was van top tot teen overdekt met zand. Een vrijwel onzichtbaar, moeizaam voortworstelend grijs worstje. Ik heb hem wel overgezet, maar ben niet blijven kijken hoe hij zich schoonmaakte. Naar mijn inschatting had deze een grotere klus te klaren dan zijn voorganger.

Het is leuk om te merken hoeveel je te weten komt daar alleen maar nauwkeurig te kijken en wat geduld te hebben.